IN DE PRAKTIJK

Opleiden en begeleiden naar duurzaam werk

Waarom deze aanpak statushouders wél laat doorstromen

In de arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant werken publieke en private partijen samen aan een vraagstuk dat steeds urgenter wordt: hoe zorg je dat talent niet onbenut blijft, maar daadwerkelijk tot zijn recht komt? Met een gerichte aanpak voor hoger opgeleide statushouders laten Motopp, gemeenten en partners als STE Languages zien dat het anders kan.

De aanleiding is herkenbaar. Er is een groeiend tekort aan mensen in sectoren als IT, terwijl er tegelijkertijd mensen zijn die willen werken, maar niet vanzelf binnenkomen. Juist hoger opgeleide statushouders (zonder of met beperkte IT-achtergrond) blijken daarbij een groep die makkelijk over het hoofd wordt gezien. Van hen wordt vaak gedacht dat ze hun weg wel vinden. In de praktijk blijkt dat lang niet altijd zo. “Er zit veel potentieel in deze groep,” zegt Remco Geerts, verbonden aan het Landelijk Werkgevers Servicepunt Gemeenten (LWSPG). “Maar zonder gerichte begeleiding blijft dat vaak onbenut.”

Gericht op wat iemand kan

Motopp speelt daarop in met traineeships speciaal voor statushouders. In een programma van 27 weken werken deelnemers aan IT-vaardigheden én aan hun plek op de Nederlandse arbeidsmarkt. Daarna stromen zij door naar werk, met nog 18 maanden begeleiding op de werkvloer. “Wij begeleiden mensen stap voor stap richting werk,” zegt Onno van Commenee, CEO van Motopp. “Vanaf de eerste training tot en met de eerste periode bij een werkgever. Die begeleiding zorgt ervoor dat mensen niet alleen instromen, maar ook echt landen.”

Gemeenten en vluchtelingenorganisaties dragen kandidaten aan. Motopp organiseert het traject en zorgt voor de aansluiting op werkgevers. Die duidelijke rolverdeling maakt dat het traject als één geheel werkt.

Samenwerking als voorwaarde

Een belangrijk onderdeel van de aanpak is de samenwerking met STE Languages, dat het taaltraject verzorgt. Vooraf stemmen Motopp en STE Languages samen af wat deelnemers nodig hebben binnen het taaltraject, bijvoorbeeld extra aandacht voor IT-vakjargon en communicatie op de werkvloer. “We beginnen met een nulmeting en bouwen van daaruit gericht op,” vertelt Mathilde Lageman, directeur van STE Languages. “Het gaat niet alleen om taal beter onder de knie te krijgen, maar ook om taal te gebruiken op de werkvloer.”

Die praktische insteek blijkt essentieel. Deelnemers werken toe naar een hoger taalniveau, maar vooral ook naar meer vertrouwen in het spreken. “Het is echt een wisselwerking,” zegt Lageman. “Zij leren van ons, maar wij leren ook van hen.” In de lessen is veel ruimte voor interactie en vragen. “Ze willen niet alleen weten hoe iets taalkundig zit,” zegt Lageman, “ze vragen ook: hoe werkt het hier? Wat wordt er van mij verwacht op de werkvloer?”

Meer dan alleen taal en techniek

Juist dat blijkt een belangrijke succesfactor. Niet alleen de taal is nieuw, maar ook de werkcultuur. “In Nederland verwachten we dat je je uitspreekt en initiatief neemt,” zegt Geerts. “In sommige andere culturen is het normaal om te doen wat er gezegd wordt. Dan kun je denken dat je goed functioneert, terwijl je werkgever iets anders verwacht.”

Door die verschillen expliciet te maken en te oefenen in de praktijk, worden deelnemers beter voorbereid op wat er van hen gevraagd wordt. Volgens Van Commenee helpt het hogere taalniveau daarbij direct. “Deelnemers kunnen sneller meedoen en beter aansluiten bij wat er gevraagd wordt. Dat zie je terug zodra ze starten bij een werkgever.”

Investeren in mensen

De eerste groep deelnemers is inmiddels gestart en werkt toe naar een traineeship. Concrete plaatsingen moeten nog volgen, maar de eerste ervaringen zijn positief. De motivatie is groot en deelnemers zijn actief betrokken. Volgens Geerts vraagt deze aanpak om een bredere blik. “Het is niet alleen een traject richting werk, het is ook een investering in mensen. Op de lange termijn wil je dat iemand werk doet dat bij hem past.”

Die gedachte raakt aan een grotere opgave. In sectoren met tekorten staan vacatures open, terwijl er tegelijkertijd mensen zijn die onder hun niveau werken of langs de kant staan. “Uiteindelijk wil je dat iemand meedoet op een manier die past,” zegt Geerts. “Dat is beter voor die persoon én voor de samenleving.”

Waarom deze aanpak werkt

De kracht van deze samenwerking zit niet in één onderdeel, maar juist in de combinatie. Door te focussen op een specifieke doelgroep en sector ontstaat een betere match tussen talent en vraag. Taal vormt daarbij het fundament: deelnemers werken gericht toe naar een hoger niveau, waardoor zij sneller kunnen meedraaien in een werkomgeving. Tegelijk leren zij niet alleen in de klas, maar juist ook in de praktijk, waardoor ontwikkeling direct gekoppeld is aan werk.

Wat deze aanpak verder onderscheidt, is de aandacht voor werkcultuur. Door expliciet te maken wat er op de Nederlandse werkvloer wordt verwacht, worden misverstanden voorkomen en groeit het zelfvertrouwen van deelnemers. Dat werkt twee kanten op: deelnemers leren de taal en de context, terwijl ook meer begrip ontstaat voor hun achtergrond.

De duidelijke rolverdeling tussen gemeenten, Motopp en STE Languages zorgt ervoor dat het traject als één geheel functioneert. Daarbij stopt de begeleiding niet bij plaatsing, maar loopt deze door op de werkvloer. Juist die combinatie maakt dat deelnemers niet alleen starten, maar ook blijven en zich verder ontwikkelen.

Eslam

“Van eerste woorden naar echte werkvloer”

Vijf jaar geleden kwam Eslam naar Nederland, op zoek naar een plek waar hij zich veilig voelt en opnieuw kan beginnen. Die nieuwe start krijgt inmiddels concreet vorm: via een leertraject werkt hij aan IT-opdrachten bij Motopp met als doel aan de slag te gaan bij een Nederlandse werkgever. “Hier wil ik mijn toekomst opbouwen en bijdragen aan de samenleving.”

In Egypte studeerde hij computer science, maar praktische werkervaring ontbrak. De start in Nederland was bovendien niet eenvoudig. “Het was lastig om een netwerk op te bouwen. Dat maakte het soms eenzaam.” Ook de taal vormde een drempel. “Mijn niveau was laag en veel mensen schakelen snel over op Engels. Daardoor kreeg ik minder kans om Nederlands te oefenen.” Juist daarom begon hij aan het traineetraject bij Motopp, waar de focus ligt op taal. “Op een gegeven moment merkte ik dat ik gesprekken met de gemeente gewoon in het Nederlands kon voeren. Dat was een belangrijk moment.”

Daarna volgde de IT-bootcamp. Inmiddels werkt Eslam in de praktijkfase aan een webapplicatie. “Ik werk aan de backend, API’s en automated testing. We werken in sprints met daily stand-ups, dus je leert ook hoe samenwerken in een professionele omgeving gaat.”

Die ontwikkeling merkt hij ook persoonlijk. “Ik durf makkelijker gesprekken aan te gaan en zelfs discussies te voeren.” Buiten het werk blijft hij actief: hij bezoekt evenementen, spreekt af met vrienden en doet vrijwilligerswerk. “Als ik terugkijk, ben ik trots op de stappen die ik heb gezet.”