PRAKTIJKVOORBEELDEN

Mooie initiatieven in Zuidoost-Brabant

In Zuidoost-Brabant ontstaan krachtige initiatieven die laten zien hoe samenwerking mensen duurzaam naar werk helpt. Van maatwerktrajecten voor alleenstaande moeders tot geïntegreerde begeleiding voor werknemers in de techniek: steeds staat het benutten van talent centraal. Deze praktijkvoorbeelden laten zien hoe publieke en private partners samen bouwen aan een inclusieve en toekomstbestendige arbeidsmarkt.

 

Initiatief 1

Drie partijen, één aanpak, duurzaam resultaat

Toen een Brabants bedrijf zijn deuren sloot, stonden ruim zestig medewerkers van de ene op de andere dag voor dezelfde vraag: hoe nu verder? Voor Esther Timmermans van Thaeles was het duidelijk dat dit geen standaard outplacementtraject moest worden. “We wilden meer doen dan begeleiden naar een volgende baan. We wilden echt perspectief bieden.”

Samen met FNV en de Techniek Coalitie Brabant ontwikkelde Thaeles een geïntegreerde aanpak, waarin iedere partij een eigen rol vervulde, maar met één gezamenlijk doel: duurzame plaatsing.

Meer dan solliciteren

Thaeles begeleidt organisaties en medewerkers bij werk- en ontwikkelvraagstukken. In dit traject ging het om medewerkers uit de productie en techniek, vaak met lange dienstverbanden. Mensen die jarenlang hetzelfde werk deden en zich nu opnieuw moesten positioneren op de arbeidsmarkt. “Dat vraagt meer dan een cv en een sollicitatietraining,” zegt Timmermans. “Je hebt te maken met onzekerheid, verlies van routine en soms ook fysieke beperkingen. Dan moet je breder kijken.”

Drie invalshoeken, één traject

FNV zorgde voor concrete faciliteiten die direct rust en ruimte boden. Medewerkers konden scholingsvouchers inzetten voor cursussen en opleidingen, gebruikmaken van aanvullende technische scholing via het A+O-fonds en kregen ondersteuning bij financiële vragen, bijvoorbeeld via pensioenconsulenten of een ‘Financieel Fit’-gesprek.

De Techniek Coalitie Brabant bracht haar netwerk in binnen de techniek- en metalektrobranche. Werkgevers uit de regio werden actief benaderd en betrokken, waardoor medewerkers snel in contact kwamen met passende bedrijven.

Thaeles nam de individuele coaching en arbeidsmarktbenadering voor haar rekening. Er werd gewerkt aan zelfvertrouwen en arbeidsmarktpositie, terwijl tegelijkertijd werkgevers werden benaderd en gerichte matches tot stand kwamen.

Waarom dit werkt

Wat deze samenwerking onderscheidt, is dat de partijen niet naast elkaar werkten, maar hun expertise bewust combineerden. Scholing, financiële ondersteuning, coaching en directe toegang tot werkgevers vormden samen één route naar nieuw werk.

“We komen elkaar in de markt tegen en op bepaalde vlakken kruisen onze activiteiten,” zegt Timmermans. “Maar in dit traject merkten we hoe krachtig het is als je netwerken en middelen bundelt.”
Die integrale aanpak zorgde voor snelheid en perspectief. Een aanzienlijk deel van de deelnemers vond binnen korte tijd nieuw werk, vaak met hernieuwd vertrouwen in eigen kunnen.

Samen werken voor werk

Deze aanpak biedt meer dan een oplossing voor één organisatie. Het laat zien hoe regionale partijen gezamenlijk verantwoordelijkheid kunnen nemen voor duurzame inzetbaarheid. Door begeleiding, scholing en werkgeversnetwerken te verbinden, ontstaat een model dat ook bij toekomstige arbeidsmarktvraagstukken inzetbaar is.

Initiatief 2

Duurzame route naar werk voor alleenstaande moeders

Kinderopvang regelen, rondkomen, alles thuis draaiend houden, en ondertussen ook nog “even” een baan vinden. Voor alleenstaande moeders in de bijstand stapelt het zich snel op, waardoor werk al gauw voelt als een brug te ver. Sterk aan het Werk van de Driessen Foundation maakt die brug korter en steviger. Het is een traject van acht maanden waarin vrouwen via werk, coaching en training toewerken naar duurzaam werk, samen met gemeenten en werkgevers. “We willen niet alleen dat vrouwen aan het werk gaan,” zegt projectleider Fleur Loonen. “We willen dat ze weer vertrouwen voelen: dit kan ik.”

Aansluiten op het echte leven

Loonen ziet vooral veel potentie. “Deze vrouwen zijn niet ongemotiveerd. Vaak juist het tegenovergestelde. Maar ze lopen vast in een kip-en-eiverhaal. Je hebt kinderopvang nodig om te kunnen werken, maar werk om kinderopvang te kunnen betalen. En financieel merk je het verschil vaak pas echt als je genoeg uren maakt. Tot die tijd kost het vooral energie.”

Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat deze groep niet altijd vanzelfsprekend in bestaande hokjes past. “Op papier kunnen ze ‘gewoon’ werken. In de praktijk speelt er veel. Juist daarom wilden wij iets bouwen dat aansluit op het echte leven.”

Zo werkt Sterk aan het Werk

Sterk aan het Werk begint anders dan veel trajecten. “Wij starten niet met een cv,” zegt Loonen. “We starten met talent. Waar ben je goed in, waar krijg je energie van, wat wil je leren? In het moederschap zitten zóveel vaardigheden. Alleen worden die niet altijd als werkervaring gezien.”

De vrouwen gaan direct aan de slag op een werkplek en krijgen tegelijk begeleiding en training. “Het is intensief, maar het geeft ook ritme. En doordat je stap voor stap groeit, wordt werk iets dat haalbaar voelt, niet iets dat ‘erbij’ moet.”

De sleutel: veiligheid

Een belangrijk uitgangspunt is houvast. “Tijdens het hele traject blijft het vangnet van de uitkering,” legt Loonen uit. “Dat is geen luxe, maar een vangnet. Als je bang bent dat je inkomen wegvalt, durf je niet te bouwen. Maar als je weet: ik sta niet meteen met lege handen, dan ontstaat ruimte om te leren.”

Ook de groep is belangrijk, vertelt ze. “Je doet het samen. Je herkent jezelf in elkaar, je leert van elkaar, je trekt elkaar mee. Dat klinkt simpel, maar het is zó krachtig.”

Wat het oplevert

De impact is zichtbaar. “Dit gaat over meer dan alleen werk. Het gaat ook over weer plannen maken, weer trots voelen, weer meedoen.”

Die verandering werkt door in gezinnen. De dochter van een deelneemster zei: ‘Nu ziet de wereld mijn moeder zoals ik haar altijd heb gezien.’ “Dat raakte me enorm,” zegt Loonen. “Want als je moeder weer gezien wordt, verandert er iets in huis. Kinderen krijgen een ander voorbeeld en een ander perspectief.”

Ook werkgevers halen er veel uit. “Ze leren anders kijken naar talent. En ze merken wat het doet als iemand een kans krijgt en die met beide handen aanpakt. Dat enthousiasme werkt aanstekelijk, ook binnen teams.”

De resultaten zijn sterk: ongeveer 95 procent rondt het traject af en zo’n 80 procent stroomt duurzaam uit de uitkering. “Daar zijn we trots op,” zegt Loonen. “Maar vooral omdat achter die cijfers echte levens zitten.”

Ambitie

De Driessen Foundation wil Sterk aan het Werk de komende jaren verder opschalen in Noord-Brabant, met de ambitie om uiteindelijk meer plekken in Nederland te bereiken.

Initiatief 3

Samen werken aan vakmensen voor de energietransitie

De energietransitie vraagt om vakmensen. Tegelijk is er een groep mensen die gemotiveerd is om aan de slag te gaan, maar niet vanzelf binnenkomt in de techniek. In Brabant slaan WeenerXL, Wij-Techniek, Vakwijs Opleidingen en het technische bedrijfsleven daarom de handen ineen. Met een leerwerktraject voor onder andere statushouders ontstaat een route naar werk die direct aansluit op de praktijk. “Deze groep wil graag werken,” zegt Arno Brabers van Vakwijs. “De uitdaging zit in de stap ernaartoe. Die maken we samen kleiner en concreter.”

Leren in de praktijk, vanaf dag één

Het traject begint niet met een cv, maar met doen. Kandidaten starten met een intake, halen hun VCA en volgen een basisopleiding. Tegelijk werken ze aan taal en maken ze kennis met de praktijk bij onder andere bedrijven als Koninklijke Kuijpers. Die combinatie blijkt essentieel. Niet alleen de techniek vraagt aandacht, maar ook de manier van werken. Hoe stel je een vraag? Hoe geef je aan dat je iets nog niet begrijpt? Hoe beweeg je je in een team? Het zijn precies die momenten waarop het verschil wordt gemaakt. Zo vertelde een deelnemer dat hij in het begin stil bleef als hij iets niet begreep. Door te oefenen met dat soort situaties groeit het vertrouwen om wél het gesprek aan te gaan. Een kleine stap, met grote impact.

Direct aan tafel, niet aan het einde

Wat deze aanpak sterk maakt, is de rol van het bedrijfsleven. Het bedrijf is niet alleen afnemer van nieuwe medewerkers, maar mede-ontwikkelaar van het traject. Meedenken over de inhoud van de opleiding: Wat moet iemand echt kunnen op de werkvloer? Welke vaardigheden zijn nodig om goed mee te draaien? Die input wordt direct vertaald naar het programma van Vakwijs. Kandidaten lopen vervolgens al vroeg mee via een proefplaatsing. Daardoor leren ze het werk kennen én leert Kuijpers de kandidaten kennen. “Je leidt niet op voor een diploma, maar voor het werk dat er ligt,” zegt Brabers. “Juist doordat je dat samen met een werkgever doet, klopt het.”

Van kans naar werk dat blijft

De aanpak levert zichtbaar resultaat op. Veel deelnemers stromen door naar werk, vaak direct bij Kuijpers of andere technische bedrijven in de regio. Wat opvalt, is dat mensen niet alleen instromen, maar ook hun plek vinden. De combinatie van leren, werken en begeleiding zorgt voor houvast en groei. De ervaring dat je ertoe doet en kunt bijdragen, werkt door in het zelfvertrouwen van deelnemers. Dat maakt de stap naar duurzaam werk realistischer en sterker.

Samen bouwen aan duurzame instroom

De kracht van het traject zit in de samenwerking tussen alle betrokken partners. Vakwijs en WeenerXL brengen de opleidingsstructuur en begeleiding, Kuijpers brengt de praktijk, werkplekken en kennis van het vak. Samen met regionale partners ontstaat zo één doorlopende route van eerste kennismaking tot werk en verdere ontwikkeling. Die aanpak laat zien wat er mogelijk is als partijen niet na elkaar, maar mét elkaar werken aan instroom en behoud. “Het gaat er niet alleen om dat iemand begint,” zegt Brabers. “Maar dat iemand blijft en verder kan groeien. Dáár zit de echte winst.”